Les radiateurs sont constitués de une ou plusieurs plaques avec entre elles des lamelles de convection (plaques métalliques en vorme de vagues pour maximaliser la surface de convection d'aire chaude).

De SpeedComforts kunnen zonder toebehoren worden toegepast in radiatoren vanaf type 21. 
Bij toepassen in een type 33 radiator plaats je de SpeedComforts in de breedste opening. Hierin zitten twee convectielamellen en daar is dus het grootste warmteafgevend oppervlak.
De afstand tussen de platen van een radiator is niet standaard. De SpeedComfort is 70 mm breed. Die breedte is van belang omdat de SpeedComforts tussen de twee platen van een radiator moeten passen. Aan één kant zijn de magneten uitschuifbaar.
De SpeedComfort is ontwikkeld voor montage uit het zicht, onder in de radiator. Het effect bij plaatsing boven in de radiator is identiek. Vaak hebben radiatoren aan de bovenzijde een rooster, waaronder de SpeedComforts aan het oog wordt onttrokken. Hou er wel rekening mee, dat de hogere temperatuur aan de bovenzijde de levensduur van de ventilatoren enigszins beïnvloedt. 
Met een meegeleverd koppelsnoer van 30cm kan je meerdere exemplaren in serie aansluiten op één voeding. Omdat de SpeedComforts maar heel weinig stroom gebruiken kunnen dit er in theorie wel twintig zijn.

Oude plaatradiatoren hebben soms geen convectielamellen tussen de platen en zijn daardoor minder geschikt. 
Ook de oude gietijzeren radiatoren zijn niet geschikt voor de SpeedComforts.

Voor radiatoren met minder tussenruimte tussen de platen dan 70 mm zijn er beugeltjes met magneten beschikbaar. Daarmee hang je de SpeedComforts strak onder de radiator.

Voor convectoren zijn er pootjes beschikbaar die je onder de SpeedComfort klikt.

Alle types worden geleverd met een externe thermostaatschakelaar. Deze kan met magneten op, of in de buurt van de warmwater aanvoer worden geplaatst. Als er geen magnetisch materiaal beschikbaar is (vaak het geval bij convectoren) kan het meegeleverde klittenbandje worden gebruikt.